Die eerste keer zat ze daar, een klein jong meisje helemaal alleen in haar tourbus op de artiestenparking van Pukkelpop. Echt beroemd was Amy Winehouse toen nog niet –haar debuut-cd Frank moest het op dat moment vooral van goeie recensies hebben- maar wie oren aan zijn hoofd had wist dat dit een zangeres was die het ver zou schoppen. Nochtans: veel aanvragen om haar te interviewen waren er niet, en bijgevolg was er ook niemand van de platenfirma bij die druk gesticulerend met een uurwerk stond te zwaaien om ons gesprek af te ronden.
Het was 2004 en Amy Winehouse moest nog éénentwintig worden. Maar als ze zong klonk ze als een vrouw van vijftig. En tijdens het interview werd al gauw duidelijk dat ze meer levenswijsheid had dan haar leeftijd suggereerde. Het was een oude ziel in een jong lichaam. Want geloof het of niet: ze zag er toen kerngezond uit. Ze nam geen blad voor de mond, sprak over haar relaties als een volwassen vrouw, en was niet vies van een beetje sarcasme. Veegde –ook toen al- haar exen de mantel uit. We haden het over haar liefde voor jazz en soul die ze via de platencollectie van haar vader had opgelopen. Amy had de mond vol over Billie Holiday, een zangeres wiens muziek ze mateloos bewonderde. En ja, ze was ook geïntrigeerd door die illustere levensstijl die al die jazz-iconen erop na hadden gehouden. Zelf was ze – links en rechts al eens buiten gegooid op school- anders ook geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Maar goed: ze had de zorgeloosheid van de jeugd aan haar kant, en het zou allemaal wel goed komen. Winehouse had naast het talent tenslotte de persoonlijkheid –en de grote muil- om een popster te worden, maar later op de dag bleek niettemin dat ze live moeite had om de confrontatie met een publiek aan te gaan. Een fantastische stem, dat wel. Alleen: zelden iemand zo ongemakkelijk op het podium zien staan. Ze keek liever naar de nok van de tent dan naar het publiek. En maar frunnikken aan haar veel te korte kleedje.
Bijna drie jaar later sprak ik haar opnieuw, dit keer in Londen op het kantoor van haar platenfirma. Het leek haast iemand anders. De grote bek was gebleven –ze kon ontroerend eerlijk zijn- maar het snelle leven, haar gedeukte zelfbeeld en het succes – ‘Rehab’ stond op één in de UK, toen- hadden diepe sporen nagelaten. Ook letterlijk: ze droeg een diep uitgesneden wit onderlijfje, en op haar borsten zag ik grote striemen staan, stille getuigen van de anorexie-aanvallen die ze op dat moment met wisselend succes onder controle probeerde te krijgen. En ja: ze rookte zich suf. En het lukte haar niet om een zin uit te spreken zonder erin te vloeken. Amy had een alcoholprobleem. Daar was ze zich erg goed van bewust. Maar ze vond drank nu eenmaal vreselijk lekker. Dus dronk ze tot ze er ziek van werd. Rehab? No no no. Als ze teveel op had kon ze vreselijk agressief worden. Dat vond ze niet netjes van zichzelf. Dan kon ze wel eens slaan. I told you I was trouble. Maar het was beter dan onbeschoft zijn op restaurant, iets waar ze de week voordien met haar vader flink amok over had gemaakt.
Al bij al was Amy Winehouse in nuchtere toestand goed gezelschap. Stoer meisje. Grote tatoes. Klein hartje. En emotioneel wat te labiel om gezond te zijn. Het was iemand die te vaak de foute vrienden koos, en keer op keer op de verkeerde mannen viel. Daar heeft ze, naast een arsenaal bloedstollende nummers, ook een gebroken hart aan overgehouden. Een hart dat op de duur niet meer te lijmen viel. Die leegte is haar dit jaar, wellicht nog meer dan de alcohol en de drugs waarmee ze dat gat weer trachtte te dichten, fataal geworden. Better to burn out, than to fade away. Amy Winehouse was gewoon niet gemaakt om gelukkig te zijn. Of ze er zelf een eind aan gemaakt heeft, of haar lichaam het misbruik niet meer aankon, doet er eigenlijk niet toe. Ze is gestorven aan het leven. Aan haar leven. Misschien heeft het –er zijn in het verleden nog zelfmoordpogingen geweest- nog lang geduurd. Ik durf te denken dat ze nu de gemoedsrust heeft gevonden waar ze al die jaren tevergeefs naar gezocht heeft. Maar ik hoop ook dat, zoals de iconisering van Kurt Cobain, Jim Morrison en Jimi Hendrix eerder al heeft aangetoond, ze geen halve heilige van haar gaan maken. Of zoals bij Elvis Presley gebeurd is: een stripfiguur. Dat zou haast even erg zijn dan het feit dat ze vroeg, veel te vroeg gevallen is.

0 reacties:
Een reactie plaatsen