vrijdag 4 december 2009

En? Hoe is die in het echt?




Geen vraag die me na een interview vaker gesteld wordt dan: En? Hoe is die in het echt? Na al die jaren voel ik me er nog steeds niet toe in staat daar een antwoord op te geven die de gebruikelijke dooddoener overstijgt.
De laatste tijd heb ik zeer bewust een vriendenkring uitgebouwd die zich ver buiten de muziekindustrie ophoudt. Een aantal van de mensen die me het dichtst aan het hart liggen zijn figuren die -godzijdank- geen benul hebben van persembargo's en deadlines, niet weten hoe The Blue Nile klinkt of van wanneer de laatste Lucinda Williams dateert. Maar wat hen wel benieuwt is wat voor mensen de grootste sterren ter wereld zijn. En goed: door omstandigheden kom ik die wel eens tegen. Alleen: om nu te zeggen dat ik écht weet wie ze zijn en wat er in hen omgaat... dat durf ik niet beweren 
Omdat je de context van een interview moeilijk spontaan en vanzelfsprekend kan noemen. Om te beginnen wordt de afspraak voor zo'n interview meestal door tussenpersonen gemaakt. Mensen van platenfirma's die er baat bij hebben dat de ontmoeting plaats vindt. Omdat er -bijvoorbeeld- een nieuwe cd valt te promoten. Wellicht daarom mondt zo'n half uur samen negen keer op de tien uit in een aangenaam, zelfs hartelijk gesprek. Ik interview per definitie geen muzikanten waar ik geen affiniteit mee voel, en als het klikt is dat voor beide partijen een win-win situatie. 
Als ik mag veralgemenen zijn de grootste sterren doorgaans met meest down to earth. Niemand was meer bescheiden dan Bruce Springsteen. Thom Yorke was opvallend onzeker. Tom Jones geneerde zich omdat hij dislectisch was en mijn naam niet kon spellen. Chris Martin gaf me het gevoel dat hij bij me op de hoek woonde. En Bowie verstond meer dan eender wie de kunst om me op mijn gemak te stellen. Om eerlijk te zijn: de onaangename ontmoetingen waren tot nog toe op een hand te tellen. En wat een geluk dat mijn tweede interview ooit - ik was pas zeventien, toen- meteen de grootste catastrofe uit mijn carrière werd. The Sisters Of Mercy  gaven rendez-vous in het Astoria Hotel  in Brussel. Andrew Eldritch - het gezicht verborgen achter een enorme zwarte zonnenbril- beantwoorde elke vraag met 'ja', 'nee', of vaker nog, een onverschillig soort gebrom. Na acht minuten zat ik door mijn vragen, zag ik de uitzichtloosheid van de situatie in, en hield ik het voor bekeken. Het blijven tot vandaag de nuttigste acht minuten uit twintig jaar carrière. 
Sindsdien ben ik namelijk nauwelijks nog zenuwachtig geweest voor een interview, want erger dan toen kan het nooit worden. Goed: Roland Orzabal van Tears For Fears was een arrogante klier. Britney Spears bleek een trut. En de heren van Morcheeba hadden meer pretentie dan talent. Mike Skinner was het soort omhooggevallen schoft waar ik na een kwartiertje heen en weer bekvechten zelf opstapte, al blijf ik een zwak hebben voor de eerste twee cd's van The Streets . Afgelopen zomer ben ik ook weggegaan halverwege een gesprek met de Beastie Boys . Drie heren van halverwege de veertig die nog steeds grossierden in pis- en kakhumor, en zich gedroegen alsof ze voor het eerst alcohol hadden gedronken. De week nadien werd bij één van hen kanker vastgesteld en toen ik het nieuws vernam dacht ik bij mezelf dat gerechtigheid was geschied. Niet mooi, maar ik ga er niet om liegen. 
En bij deze is het lijstje met etters eigenlijk compleet. Ja, jonge bandjes die de week voordien net op de cover van de NME hebben gestaan kampen met een attitude-problem. En ik ken Belgische bands die meer streken hebben dan internationale supersterren. Maar al bij al denk ik dat muzikanten doorgaans erg aangename mensen zijn. Met een groot ego, en gedreven door de waangedachte dat alles wat ze doen van wezenlijk belang is. Wat dat betreft zouden het uitstekende popjournalisten kunnen zijn. 


1 reacties:

  1. Heb altijd bewondering gehad voor de Beastie Boys en hun muziekjes. Uren luisterplezier en 2 geweldige live-shows plaatsten ze steevast in mijn top 10 van fav bands. Jammer om dan te horen dat het ook in real life etters blijken te zijn. Nu ja, in de weinige interviews die ik totnogtoe zag was het al moeilijk om hen op enig serieux te betrappen, dus een verrassing is het niet.
    Nog een geluk dat dat niet geldt voor Springsteen en andere Bowies. En ik hoop dat Mr. Vedder en Mr. Grohl ook aan dat lijstje mogen toegevoegd worden.

    Trouwens: geweldige blog! Nu pas ontdekt maar hij gaat linea recta naar mijn Favorieten.

    De groeten, en schrijf ze....

    BeantwoordenVerwijderen