maandag 7 december 2009

Radio iPod.


De versheidsdatum van het eerste decennium uit de eenentwintigste eeuw is bijna overschreden, en dus wordt er -zo gaat dat in de media- druk gespeurd naar alles wat je met wat fantasie een tendens zou kunnen noemen. Zo'n beetje reflectie kan geen kwaad op z'n tijd. Alleen kan ik moeilijk anders dan concluderen dat de voorbije tien jaar weliswaar veel uitstekende muziek hebben voortgebracht, maar nauwelijks nieuwe muzikale stromingen. In de jaren zeventig had je glamrock, disco, en punk. De eighties staan in het geheugen gebrand als de plek waar hip hop, house, techno en new wave is ontstaan, en nadien volgden triphop, grunge en Britpop.
Sindsdien: niks meer. Of toch niets dat significant genoeg was om er een eigen term voor te verzinnen. Ja, alt. folk, of zo. Maar dat genre is nooit uit zijn eigen niche gebroken. En goed: The Strokes en The White Stripes ontworpen hun eigen soort garagerock. Alleen verloren die bands nog sneller hun sex appeal dan de meeste fotomodellen.
Kortom: de grootste revolutie van het nieuwe millennium is niet waar we naar luisteren, maar hoe we dat doen. De aantrekkingskracht van CD's -ooit aangekondigd als de redding van de muziekindustrie- kalft jaar na jaar af. Inmiddels lopen er al een paar generaties rond die nooit voor muziek betaald hebben, en de kans dat ze dat ooit nog zullen doen is nihil. Maar zelf blijf ik hopeloos verslingerd aan het idee dat er twaalf songs op een plaat staan in een volgorde waar de artiest hard over na heeft gedacht, en die samen een soort eenheid vormen. Als het meezit zit er zelfs een knappe hoes rond. Ik blijf dus cd's hamsteren alsof ze noodzakelijk zijn om mijn winterslaap mee door te komen, al dank ik Apple op beide kniëen voor de uitvinding van de iPod. Ik ben wat je noemt een early adaptor; loop inmiddels aan mijn vijfde generatie-model op zak. De meeste kinderziekten -en dat waren er nogal wat- zijn inmiddels gelukkig verholpen.
Als tiener liep ik op wolkjes met mijn walkman, waar ik in het beste geval negentig minuten draagbare muziek -de lengte van een C90 cassette- mee op zak had. Door omstandigheden had ik ook de allereerste draagbare cd-speler van Sony. Draagbaar was relatief, toen. Er moesten zes dikke batterijen in, en je droeg het als een schoudertas met je mee. Op mijn iPod staan 25.000 nummers. Dat is een veelvoud van wat eender welke nationale zender in zijn computer heeft zitten.
En daarmee kom ik tot de essentie. Vandaag heeft de radio niet meer de impact van twintig jaar geleden. Net zoals je vandaag naar Pukkelpop kan gaan en daar een parcours kan afleggen dat niet overlapt met dat van je vrienden, luister ik vandaag ook naar mijn eigen hoogstpersoonlijke radiostation op dat kleine zwartje gadget. Zonder reclame, hot shot of alarmschijf. Met uitsluitend nummers die ik zelf gekozen heb. Er zitten voor de hand liggende classics tussen, maar net zo goed obscure b-kantjes van nieuwe groepjes waar buiten ikzelf en een paar collega's nog geen hond van gehoord heeft. Ik hanteer geen strakke formats, praat niet over lange instrumentale intro's, en ben er bovendien van overtuigd dat een song langer mag duren dan drie minuten en vijfenveertig seconden. Daardoor verschilt de muziek op mijn iPod drastisch van de parameters die eender welke radio zichzelf oplegt.
Voor mij is het een feestelijke gedachte dat ik niet de enige ben. Alsmaar meer mensen laten zich niet langer leiden door wat de mainstream voorschrijft. Slikken niet zomaar wat ze door programmatoren of journalisten krijgen voorgeschoteld. De muziekindustrie haalt weliswaar niet meer de omzet van vroeger, maar tegelijk is het aanbod nog nooit zo groot geweest. En dankzij iTunes, Myspace, Spotify en god weet wat nog allemaal zijn ze maar een muisklik van je verwijderd. Nick Drake wordt nergens gedraaid. Maar ik hoor 'm wekelijks langs komen. Dat geldt ook voor de jongste cd's van The Divine Comedy , Firekites , Duke Special , Riceboy Sleeps , Richard Hawley , Jon Hopkins en Aberfeldy.
Bij mij thuis scoren die bands wereldhits. En ik heb een handvol vrienden bij wie dat ook zo is. Alleen:  de kranten maken er weinig kolommen aan vuil. En ze passeren zelden of nooit op de radio. Die versplintering verklaart deels waarom nieuwe stromingen nooit nog de globale impact kunnen genereren die punk, techno of grunge destijds wel hadden. Dat lijkt een zwaktebod. Maar wat mij betreft is het een verrijking waar geen enkele hype tegenop kan.


2 reacties:

  1. Hi Bart,
    Helemaal akkoord met wat je schrijft over het beluisteren van muziek op I-pod en je eigen radio-station opbouwen. Maar helaas is dit niet voor iedereen weggelegd, als je meer dan 10 uur per dag al verplicht bent om geconcentreerd met je werk bezig te zijn, dat nu eens niets met muziek te maken heeft.
    Ik probeer dus wel zelfs in die uren streepjes muziek op te pikken via Radio, waar het helaas zoals je zegt veelal droevig gesteld is. Maar in m'n vrije tijd, zelfs tijdens de klus-tijd, staan de oortjes altijd op tot ongenoegen van degene die met mij het leven moet delen :-)
    BTW al gestemd voor het tofste kleinschalige festival in Europe : cactusfestival off course waar je heerlijke wijntjes kan drinken aan de back-stagebar. :-)
    Raadpleeg m'n recente blog, daar kan je nog je stem uitbrengen voor 29/12.
    http://www.myspace.com/nicky.vdv
    Greetz
    Nicky/Bruges

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Bart,


    ik heb dankzij jou The Divine Comedy en Duke Special leren kennen. Een steen kan al genoeg zijn om een rivier te doen bewegen.

    Groetjes,

    Christof

    BeantwoordenVerwijderen