donderdag 26 november 2009

De versheidsdatum van Morrissey



Ze zijn op één hand te tellen, de groepen die in mijn tienertijd een net zo belangrijke rol hebben gespeeld als The Smiths . Het was de oudejaarsavond van '83 toen mijn oudste broer me de single 'This Charming Man' cadeau deed. En alles klopte. De hoes, met daarop dat iconisch beeld van de Franse acteur Jean Marais . Die van sexuele frustratie overlopende tekst. En nog het meest van al: de sprankelende gitaar van Johnny Marr . Zelfs toen -pas twaalf- vond ik het onbegrijpelijk dat het nummer geen wereldhit werd. Sindsdien heb ik met mijn geduldig bij elkaar gespaard zakgeld alles van The Smiths gekocht. Elke single, elke maxi, elke cd... you name it. En die platen hebben deels de soundtrack bij mijn leven bepaald. Niet dat ik vandaag nog wekelijks naar The Queen Is Dead  of Hatful Of Hollow  luister, maar dat hoeft ook niet. Elk van die songs zit tot in de futielste details in mijn geheugen gebijteld. 
Die bijtende, sarcastische teksten, dat nauwelijks in te tomen verlangen naar onbereikbare liefdes,  de romantiek om samen met degene die je hart sneller doet slaan te sterven onder een aansnellende dubbeldekkerbus... Morrissey vergrootte de werkelijkheid zodanig uit dat de dramatiek ervan nauwelijks nog in een eenheidsmaat viel uit te drukken. Hij legde -zeker als je een tiener was op dat moment, en elke misgelopen liefde als een aanslag op je zelfbeeld beschouwde- de vinger op de wonde. En je genoot stilletjes van de pijn die daar het gevolg van was. 
Daarom heb ik er moeite mee dat Morrissey vandaag een karikatuur van zichzelf is geworden. Iemand die zich in een soort zelfverheerlijking wentelt die op zijn leeftijd ronduit pathetisch is geworden. Dat hij -vijftig, inmiddels- nog steeds met Oscar Wilde dweept zoals een kind van twaalf dat met zijn eerste tongkus doet, tot daar aan toe. Dat hij sakkert op alles en iedereen die het waagt met hem van mening te verschillen -toch een fundamenteel recht, nu ik er zo over nadenk- kan je met wat goede wil zelfs nog grappig vinden. Maar dat Morrissey kickt op zijn eigen mythe, het bijna vanzelfsprekend vindt om aanbeden te worden, is iets waar ik met mijn verstand niet bij kan. Niet alleen omdat hij op zijn jongste paar platen weinig meer doet dan -met steeds zwakker resultaat, overigens- alsmaar opnieuw dezelfde thema's te herkauwen, maar meer nog omdat het blijk geeft van een soort ijdelheid waar ook doorgewinterde narcisten -leer ze mij niet kennen, mijnheer- het flink van op hun heupen krijgen.  
Dat een flink deel van zijn publiek hem daarbij tegemoet komt, tart zo mogelijk nog meer de verbeelding. Fans  -niet zelden volwassenen met een keurige baan- gooien zich tijdens optredens voor  zijn voeten, hopend op een kort moment van absolutie. Ze verdringen elkaar opdat Morrissey zich middels een eenvoudige aanraking even bewust zou worden van hun bestaan. Ik heb al veel concerten gezien, maar de blinde idolatrie bij een optreden van Morrissey is ronduit beangstigend. De zichtbare zelfgenoegzaamheid waarmee hij zich al die beate bewondering laat welgevallen kan ik niet anders dan weerzinwekkend vinden. 
Het moeilijkste voor een artiest die mee een generatie definieerde, is weten wanneer het tijd wordt om te stoppen. Morrissey heeft zijn versheidsdatum jaren geleden al overschreden. Het enige wat hij nu nog aan de geniale nalatenschap van The Smiths toevoegt is routine en grauwgrijze middelmaat. 
This charming man blijkt een ouwe zeur geworden. Een schim van wie hij vroeger was. Iemand die de gave herinneringen aan zijn vorige groep hypothekeert met alweer een overbodige compilatie en een zoveelste afgehaspelde versie van nummers die je eigenlijk onverwoestbaar had geacht.  En dat is, voor wie hem net als ik ook ooit op handen heeft gedragen, misschien wel het meest tragische van allemaal. 

0 reacties:

Een reactie plaatsen